De prijs van ruwe olie daalde gisteren onder de psychologische grens van de 100 dollar nadat een staakt-het-vuren tussen de pro-Russische rebellen en Oekraïne de kans op een verdere verstoring van de energietoevoer in de regio milderde. Brentolie noteert op zijn laagste niveau in 16 maanden.
Ook de prijs van de West Texas Intermediate, de olie die in de VS wordt geproduceerd, is de voorbije dagen gedaald tot 91,7 dollar per vat en komt nu in de buurt van de psychologische ondergrens van 90 dollar.
Is dit goed nieuws voor de consument aan de pomp, dan dreigen een aantal OPEC-landen serieus in budgettaire problemen te komen.
Onderstaande grafiek werd door het webmagazine Quartz samengesteld op basis van een navraag door het persbureau Reuters bij adviesbureaus, banken en onafhankelijke analisten. Voor elk land werd de prijs berekend die een vat olie minimaal moet opbrengen opdat de uitgaven in dat land zouden kunnen worden betaald. Voor de meeste landen ligt die minimumprijs een pak boven de 100 dollar.
En er is nog meer slecht nieuws: zo begint de Chinese economische groei af te vlakken en is bbp een leading indicator voor de olieconsumptie. Verder lijken geopolitieke spanningen in Oekraïne, Irak, Syrië en Libië amper invloed te hebben op de olieprijs. Libië is dan weer een goed voorbeeld, want ondanks de binnenlandse problemen pompt het land volgens Nick Butler, een academicus die 29 jaar voor BP werkte, nu meer olie op dan vroeger.
Olieproducenten die meer geld willen zullen dus enkel in de eigen kosten kunnen snijden en dat is slecht nieuws voor de petrobazen. Olie-exporterende landen zijn zelden democratiën, maar worden geleid door dictators en/of koninklijke families. Om aan de macht te blijven zijn ze verplicht hun rijkdom met hun onderdanen te delen. Dat gebeurt onder de vorm van gesubsidieerde energieprijzen (in Venezuela kost benzine minder dan water), schijnjobs, bonussen etc. De kostprijs van die subsidies berekenen is eenvoudig: het maximale aantal vaten dat je als land kan produceren vermenigvuldigd met de prijs per vat. Op die manier kunnen deze landen berekenen hoeveel ze aan hun onderdanen kunnen uitkeren.
De Russische president Vladimir Poetin heeft 110 tot 117 dollar per vat nodig om de staatsuitgaven te dekken. Wanneer de prijs onder de 100 dollar komt te liggen, kan de schijn een tijd worden opgehouden door een aantal creatieve boekhoudtrucs toe te passen. Maar dat mag niet te lang duren. Hetzelfde geldt voor de meeste andere olieproducerende landen.
Bron: Express.be