China heeft de Verenigde Staten voorbij gestoken als grootste economie van de wereld. Dat blijkt uit een rapport van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). In absolute cijfers blijven de Verenigde Staten weliswaar de grootste economie van de wereld, maar wanneer rekening gehouden wordt met de daadwerkelijke koopkracht van de bevolking, moet dat marktleiderschap aan China worden afgestaan.
“Landen hanteren afwijkende prijsniveaus,” verduidelijkt Mike Bird, economisch redacteur bij het magazine Business Insider, de stelling van het Internationaal Monetair Fonds. “Een hemd kost in winkels in Shanghai gevoelig minder dan in San Francisco. Het zou dan ook niet logisch zijn om de reële koopkracht uit de berekening van de economische waarde van een land te houden."
"Hoewel de gemiddelde Chinese werknemer minder loon ontvangt dan zijn Amerikaanse collega, zou een loutere conversie van het Chinese salaris naar dollars de koopkracht van het individu en het betrokken land onderschatten. Onder meer de index Big Mac van The Economist probeert een beeld van de reële koopkracht te geven.”
Het Internationaal Monetair Fonds geeft aan dat China op het einde van dit jaar over een reële koopkracht van 17,63 biljoen dollar zal beschikken. Daarmee vertegenwoordigt het land 16,48 procent van de totale koopkracht in de wereld. De Verenigde Staten kunnen daarentegen slechts respectieve cijfers van 17,41 biljoen dollar en 16,28 procent voorleggen.
In absolute waarde blijft het bruto binnenlands product van China echter nog altijd 6,5 biljoen dollar kleiner dan de economie van de Verenigde Staten. Het zal nog verscheidene jaren duren vooraleer het Aziatische land ook die kloof heeft overbrugd.
Het bericht van het Internationaal Monetair Fonds vertegenwoordigt wel een cruciaal ogenblik in de economische wereldgeschiedenis. Gedurende 142 jaar bleven de Verenigde Staten immers het belangrijkste economische centrum van de wereld.
Door de industriële revolutie in het midden van de achttiende eeuw was Groot-Brittannië de grootste economische wereldmacht geworden, maar in 1872 werd het land van die positie door de Verenigde Staten verdreven. Na het einde van de Amerikaanse burgeroorlog kende de economie van de Verenigde Staten immers een snelle verstedelijking en industriële uitbreiding, gedragen door een snelle bevolkingsaangroei.
De Verenigde Staten konden dat economisch leiderschap behouden door productiviteit, leidende merken en innovatie, gekoppeld aan het succes van de Amerikaanse dollar. Daarentegen werden de economieën van Groot-Brittannië en andere Europese grootmachten door twee wereldoorlog ondermijnd.
Anderzijds was China tot de achttiende eeuw de belangrijkste handelsnatie van de wereld, tot het land de controle over zijn havens en handel verloor aan Europese mogendheden. Tijdens het communistische tijdperk plooide China vooral op zichzelf terug, tot in het begin van de jaren tachtig opnieuw buitenlandse investeringen mogelijk werden gemaakt.
Bron: Express.be