Leidt het provisieverbod tot beter hypotheekadvies?

Hoe zat het ook al weer? Tot 1 januari 2013 bestond er gratis hypotheekadvies. Alhoewel, gratis was het niet helemaal want de kosten voor dit advies werden uiteindelijk doorberekend in de totaalprijs van de hypotheek. Dat leidde tot ondoorzichtige constructies waarbij het advies soms gekleurd was door de vergoeding die een hypotheekadviseur voor het afsluiten van een bepaalde hypotheek kreeg.

Theokockelkoren
Theodor Kockelkoren

Een onwenselijk situatie, vond de Autoriteit Financiële Markten ( AFM ). Om de consument in dit proces centraler te stellen werd daarom het provisieverbod ingesteld: hypotheekverstrekkers mogen geen provisie in de vorm van een percentage van het product aan de adviseur betalen, maar deze berekent zijn kosten voor het advies direct door aan de consument. Zo is er voor de adviseur geen verleiding meer om bepaalde producten een voorkeursbehandeling te geven.

Het provisieverbod in de praktijk

Tijdens een themabijeenkomst van het Verbond van Verzekeraars over het provisieverbod gaf AFM -bestuurslid Theo Kockelkoren zijn kijk op het besluit in de praktijk tot nu toe: "So far, so good". Hij stelt dat het wellicht nog wat te vroeg is om nu al terug te blikken om het provisieverbod, maar geeft een voorzichtige eerste indruk te hebben dat de kwaliteit van de advisering mogelijk al licht verbeterd is.

De Stichting Odin, die zich inzet voor onafhankelijk en professioneel financieel advies, is wat terughoudender in haar oordeel. “De adviestarieven in de hypotheekmarkt zijn vooral gedaald door de stunttarieven van die partijen, die ook het rentewapen in handen hebben; de banken met eigen hypotheekadviseurs”, zo stelt zij. De stichting komt tot deze conclusie op basis van eigen onderzoek.

Beter advies maar strengere normen

Uit het onderzoek blijkt verder dat het hypotheekadvies weliswaar kwalitatief beter is geworden, maar dat de normen om een hypotheek te kunnen krijgen zijn aangescherpt. Zij zijn alle nieuwe hypotheekvormen inmiddels gebaseerd op 100% aflossing en berekent op basis van inkomen en maandlasten. Bij oude hypotheken is dit aangepast naar 50% en is de verhouding van de hypotheek tot de woningwaarde verkleind.

Dit leidt weliswaar tot kleinere risico’s, maar van een lagere rentemarge is vooralsnog weinig te zien. De financiële voordelen lijken vooral bij de banken te blijven liggen, die daarmee bijvoorbeeld de advieskosten van hun eigen adviseurs dekken. Dit leidt tot een oneerlijke concurrentie met de onafhankelijke hypotheekadviseurs, die het bovendien moeilijk wordt gemaakt om de producten van de banken aan te kunnen bieden.

Odin pleit dan ook voor een eerlijkere en daardoor betere concurrentie. Uiteindelijk zou dit de consument jaarlijks zo’n 3,2 miljard euro aan hypotheekrente kunnen besparen.