Nieuwe regels voor pensioenopbouw

Uit recente gegevens blijkt dat de pensioenopbouw onder Nederlanders sterk uiteen loopt: het ene huishouden bouwt ruimschoots te veel pensioen op, waardoor deze mensen vanaf de pensioengerechtigde leeftijd maandelijks een hoger bedrag overhouden dan tijdens hun werkend bestaan, nu dus. Bij een andere groep – met name zzp'ers en gescheiden mensen – blijkt juist een gat in hun pensioenopbouw te ontstaan; zij hebben straks minder te besteden per maand dan nu het geval is. Soms zelfs minder dan de 70 procent van hun huidig inkomen, een grens waaronder alles als ontoereikend wordt beschouwd.

Aegonzzp

Langer werken

De overheid was genoodzaakt iets te doen aan het Nederlands pensioenstelsel: de vergrijzing neemt immers alleen maar toe, waardoor de pensioenkosten evenredig meegroeien, en het pensioenstelsel moet minder afhankelijk worden gemaakt van de schommelingen op de financiële markten. En dat alles om ons toekomstperspectief veilig te stellen. Dus wordt de AOW-leeftijd langzaam verhoogd, waarmee in 2014 is begonnen door de leeftijd met twee maanden te verhogen, naar 65 jaar en 2 maanden dus.

Langzaamaan zal de AOW-gerechtigde leeftijd versneld worden verhoogd zodat deze in 2018 op 66 jaar ligt en in 2021 op 67 jaar.

Zzpnederland

Pensioenstelsel op de schop

Daarnaast is ook het pensioenstelsel drastisch aangepakt en zijn er vanaf 1 januari 2015 nieuwe regels van kracht. Allereerst is het voor mensen niet meer mogelijk om over dat deel van het inkomen dat boven de € 100.000 uitkomt, pensioen op te bouwen. Uiteraard wel over het gehele bedrag tot aan deze grens van een ton. Hiervoor gelden dezelfde regels en principes als voorheen. Bovendien is het opbouwpercentage voor aanvullende pensioenopbouw verlaagd van 2,15% naar 1,875%, een flinke aderlating voor menig huishouden met een hoger inkomen.

Hoe nu verder?

De oplossing voor het belastingvriendelijk bijsparen ten tijden van deze nieuwe wetgeving ligt verscholen in een nettolijfrente (pijler 3: aanvullende pensioenverzekering) of een nettopensioen (pijler 2: aanvullende pensioenopbouw via de werkgever). Het grote verschil met de opbouw van een regulier pensioen – waarbij de premies worden betaald uit het brutoloon – ligt in het feit dat de premies voor de nettolijfrente en het nettopensioen daarentegen worden betaald uit het nettoloon.

De premie is vrijgesteld van belasting in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen) en ook over de latere uitkering van het pensioen betaalt de spaarder geen belasting.

Waar doe je verstandig aan?

Uiteraard hangt dit af van ieders persoonlijke situatie. En van hoe oud je wordt. Maar juist deze onwetendheid kan de keuze tussen een nettopensioen, een nettolijfrente of zelfstandig banksparen lastig maken. Slim is om te kijken naar welke vorm het beste bij je past: wil je flexibiliteit om met mogelijkheden te kunnen spelen in je financiële planning op de korte termijn of juist duidelijkheid en transparantie op de lange termijn?

Er zijn financiële experts die zweren bij banksparen, omdat een lijfrenteverzekering, ondanks de flexibiliteit die hieraan vastzit, volgens sommigen op de lange duur minder gunstig en fair zou uitpakken ten opzichte van pensioenopbouw via banksparen. De totale som van de maandelijkse uitkeringen zou bij verzekeraars vaak onder het totaal opgepotte bedrag liggen, terwijl je bij banksparen duizenden euro's extra zou pakken ten opzicht van het gespaarde bedrag. Al is flexibiliteit in deze tijden ook wel wat waard natuurlijk.

Want bij het vrijkomen van lijfrente heeft u namelijk opnieuw de keuze en desgewenste vrijheid: bij directe behoefte, het bedrag bijvoorbeeld in maandelijkse bedragen laten uitbetalen of deze uitkeringen verder laten groeien door ze te beleggen. Denk hierbij aan banksparen met belastingvoordeel of het aangaan van een uitstelverzekering. Kortom, met een lijfrenteverzekering houdt u gedurende het gehele traject dat leidt naar uw toekomst de touwtjes in handen.