Dat de eerste winst die beleggers kunnen maken begint bij het laag houden van hun kosten hoeven we Peter Van der Slikke van Top Capital n.v. niet uit te leggen. Van der Slikke hamert er dagelijks op dat de kosten van beleggingen een astronomische impact hebben op het uiteindelijke beleggingsrendement.
De beleggingsadviseur, die aan deel 2 bezig is van zijn boek ‘Ontmaskerd’, vindt het proces van ontnuchtering van de misplaatste euforie over het actief beleggen nog tergend langzaam gaan. In de VS is dit al jarenlang aan de gang. In Europa stijgt de instroom in passieve fondsen veel trager.
Peter Van der Slikke: beleggers moeten zich niet laten inpalmen en puur naar de rendementen van de actieve fondsen kijken. Die stellen en masse teleur."
In de VS noteert de ETF -markt qua omvang keer op keer recordhoogten. We spreken Van der Slikke in zijn tweede kantoor in Huizen over de basics van het beleggen.
![]() "Ontmaskerd" |
Van der Slikke, die in het verleden de Vereniging Echt Onafhankelijke Vermogensadviseurs (VEOV) oprichtte, stelt dat hij zich verbaast over sommige actieve fondsen die bij een outperformance wel een fee rekenen maar dat er bij een underperformance geen compensatie/ontlasting voor de eindbelegger is. Gekscherend stelt hij dat hij zeker zou pleiten voor een ‘underperformance fee’ waarbij de eindbelegger dus wel ‘gecompenseerd’ wordt bij underperformance. “Het huidige verdienmodel bij de actieve fondsen is totaal asymmetrisch.
Als het fonds het beter doet dan moet de klant betalen en vaak nog extra. Maar als het fonds slecht presteert dan moet de klant ook betalen”, aldus de vermogensbeheerder. Hij stelt dat dit voor de eindbelegger op termijn dan ook een verloren race is, want alle kosten moeten uiteraard wel weer ingehaald worden en dit wordt na verloop van tijd (ieder jaar moet de eindklant langs het loket) steeds moeilijker.
Van der Slikke, die door sommige actieve managers als een bedreiging wordt gezien, wint steeds meer terrein met zijn bedrijf topcapital. Bij topcapital wordt het vermogen onderverdeeld in trackers, al naar gelang de beleggingshorizon en risico-acceptatie van de eindklant. “Bij steeds meer beleggers gaat het kwartje vallen dat niemand continue beursontwikkelingen kan voorspellen en dat daarom het structureel betalen van hoge kosten dan ook een gepasseerd station zijn” aldus de ervaren adviseur.
Het rechtvaardigen van kosten voor zaken die de eindklant geen winst maar vaak ten opzichte van de index verliezen brengt, noemt hij een heilloze zaak.
“Als beleggingen voorspelbaar zouden zijn dan had ik hier natuurlijk niet gezeten”, stelt Van der Slikke. Hij voegt er aan toe dat er in financiële wereld zo ontzettend veel knappe koppen rondlopen (Phd’s, professoren etc.) maar dat bottomline volgens de onderzoeken van zowel weekblad Elsevier (9 mei 2015), Morningstar als die van Standard & Poors, ruim 80 procent van de actieve aandelenfondsen het slechter doet dan hun passieve collega’s. Bij de obligatiefondsen schijnt het percentage van de underperformance nog hoger te liggen. “Wie ben ik dan om zelf actief de markt in te gaan als blijkt dat het gros van de anderen die wedstrijden toch al verliezen?“ vraagt Van der Slikke zich af.
Maar hoe moeten beleggers dan wel beleggen? “De positieve risicopremies op aandelen kun je alleen maar ontvangen door passieve beleggingen”, aldus Van der Slikke. ”Bij passief beheer zijn de kosten fors lager en heeft u, op basis van de historie, wel een goed uitzicht op de risicopremies op aandelen en obligaties”, zo stelt Van der Slikke. Hij merkt op dat er binnen de passieve beleggingen diverse indexvormen of stijlen bestaan: kapitaalsgewogen, gelijkgewogen of fundamenteel gewogen (zie Robert Arnott en Jason Hsu, 2008) zijn momenteel de leidende stijlen.
Omdat er veel onderzoeken zijn die dan voor de ene en dan voor de andere vorm pleiten, durft Van der Slikke hier geen voorkeur voor uit te spreken. “Aan elke vorm zitten uiteraard voor- en nadelen, maar door juist alle stijlen te combineren creëren we nog meer risicospreiding want het portefeuillerendement is dan minder afhankelijk van één indexstijl”, zo stelt hij. En dat de risico’s van de gemiddelde Nederlandse aandelenportefeuille nog steeds veel te hoog zijn, is hem een doorn in het oog.
Hij benadrukt dit door te stellen dat de risicograad van de door de AFM voorgeschreven standaarddeviatie niet voldoende is. “Kijk maar naar 2008 waarbij de meeste aandelenbeurzen veel meer dan 1x hun standaarddeviaties verloren”, aldus Van der Slikke. Hij verwijst daarbij naar het boek van Nassim Taleb dat stelt dat beleggers de kansen op extreme uitslagen stelselmatig onderschatten.
Van der Slikke stelt verder dat beleggers moeten waken voor de wildgroei aan zowel ETF - als smart bèta aanbieders. “Beleggers zien door de bomen het bos niet meer en dit biedt helaas kansen voor freeriders die van de goede naam van de ETF willen profiteren”. Daarnaast stelt hij dat smart bèta fondsen zeker interessant zijn maar dat de kosten ervan de rendementen niet rechtvaardigen. De enorme wildgroei aan themafondsen is Van der Slikke eveneens een doorn in het oog. “Het model van een themafonds - waar dus actief gericht wordt op aandelen uit één bepaalde sector - staat natuurlijk haaks op het ‘fundament’ van risicospreiding” aldus de vermogensbeheerder.
Hij voegt er aan toe dat de kosten voor deze fondsen daarbij fors zijn terwijl de eindbelegger ook nog eens een veel hoger risico loopt. Door in de index te beleggen komen de kansrijke bedrijven vanzelf bovendrijven. De aandelen van bedrijven die steeds meer winst en omzet maken krijgen daardoor een hogere marktkapitalisatie en komen daardoor automatisch in de ETF ’s terecht, aldus Van der Slikke. Hij noemt beleggen in indexfondsen dan ook beleggen in de eredivisie.
Naast de genoemde hypes en verleidingen stoort Van der Slikke zich ook aan de hype rondom goud. “ Goud is vooral een emotionele belegging dat geen dividenden uitkeert”, aldus Van der Slikke. Mochten beleggers al de fout maken om in goud te stappen dan is de fysieke opslag hiervan erg lastig: thuis opslaan is niet voor de hand liggend en het extern opslaan ook niet. Want als de nood aan de man is en het goud wordt acuut door veel mensen tegelijk opgevraagd, dan is het goud waarschijnlijk lastig te krijgen, zo stelt Van der Slikke.
Afsluitend gaf Van der Slikke aan dat beleggers enorm op moeten passen bij inflatie gelinkte obligaties. “Het gros hiervan is vrij langlopend en hebben dus een forse duration. Beleggers die hier instappen lopen dan vooral een extra renterisico die de voordelen van de inflatiehedge weer teniet kan doen”, zo besluit Van der Slikke.
Dit artikel verscheen eerder in het Analist Journaal van oktober.