Verkeerde inschattingen van de looptijden van verplichtingen en ontvangsten leidt vaak tot onnodige renterisico’s. Saunders verwijst naar de jaren ’80 waar in veel bedrijven failliet gingen door onverwachte stijgingen van de rentes. Volgens de onderzoekers zijn verkeerde inschattingen van de looptijden van verplichtingen en ontvangsten onvermijdelijk voor bedrijven. Het renterisico kan niet sec uit de afwijkingen tussen de looptijden van verplichtingen en ontvangsten worden berekend. Volgens de auteur trappen veel bedrijven in deze valkuil.
Er wordt dan voorbij gegaan aan de individuele ontvangstdata van de verschillende kasstromen. Als oplossing hiervoor wordt doorgaans voor het duration-model gekozen. Dit model kan redelijk wat zaken enigszins incorporeren zoals kredietrisico, convexiteit, “drijvende” rentevoeten en onzekere looptijden.
Zowel de Federal Reserve als de Bank of International Settlements (BIS) werkten tot 1995 met het funding gap model als alternatief voor het maturity-model. Dit model is echter gebaseerd op de boekwaardes en het maturity-model is gebaseerd op marktwaardes. In 1995 nam de Federal Reserve de beslissing om model van de modified-duration af te schaffen. Daarvoor in plaats kwam een model dat werkte met de specifieke contante marktwaarden. Deze aanpassing zorgde voor een betere inschatting van de convexiteit.