Bijdrage door Ramy Mohamed van BDO, reactie op Meer zekerheid voor mensen met een flexcontract
Op 7 juli 2026 heeft de Eerste Kamer de Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen. Daarmee wijzigt het speelveld op de arbeidsmarkt: werknemers krijgen meer zekerheid over inkomen en arbeidsuren, terwijl werkgevers worden beperkt in flexibiliteit. Dat vraagt om verdere maatregelen zoals de hervorming van het vaste contract.
De wet past in een bredere beweging om de flexibilisering van de arbeidsmarkt terug te dringen. Met flexibele contracten voor ongeveer drie op de tien werknemers behoort Nederland tot de top van Europa. Op basis van adviezen van de Commissie Borstlap en de SER kiest de wetgever daarom voor een verdere koerswijziging: flexwerk wordt strenger gereguleerd en structureel werk moet sneller leiden tot een vast contract.
Onder de nieuwe regels vallen een wachttijd van drie jaar voordat opnieuw een tijdelijk contract kan worden gesloten, de vervanging van nulurencontracten door bandbreedtecontracten waarin een minimum- en maximumaantal uren wordt vastgelegd met een maximale afwijking van 30 procent, en gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten en kortere flexibele uitzendfases.
Voor werkgevers betekent de wet een verdere beperking van de flexibele schil. Werk via tijdelijke contracten organiseren wordt lastiger, terwijl het bandbreedtecontract dwingt tot verder vooruitkijken. Strategische personeelsplanning wordt essentieel om de inzet van personeel voorspelbaar en beheersbaar te houden, ook bij fluctuaties in het werkaanbod.
De aanscherpingen komen bovenop een al stevig niveau van werknemersbescherming. Flexwerk wordt duurder, complexer en administratief zwaarder. Daarmee komt de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven onder druk te staan. Belangrijker nog: strengere flexregels leiden niet automatisch tot meer vaste contracten. De kans is groot dat de behoefte aan flexibiliteit zich verplaatst naar andere vormen van flexwerk.
De wet adresseert flexibilisering, maar pakt de onderliggende oorzaak niet aan: de kosten en regels rondom het vaste contract. Zolang vast niet minder vast wordt gemaakt, zoals ook bepleit door de Commissie Borstlap, ontstaat een verdere disbalans. Werkgevers houden behoefte aan flexibiliteit, maar krijgen minder ruimte om die intern te organiseren. De kernvraag is daarom of deze wet werkelijk meer zekerheid creëert, of slechts risico’s verplaatst naar andere delen van de arbeidsmarkt.
De nieuwe flexwet is een begrijpelijke stap, maar geen eindpunt. Zonder hervorming van het vaste contract dreigt flexibiliteit niet te verdwijnen, maar van vorm te veranderen. De effectiviteit van deze wet zal uiteindelijk blijken uit de mate waarin zij leidt tot duurzame arbeidsrelaties, en niet slechts tot nieuwe ontwijkingsroutes.