AI-gerelateerde investeringen hebben de Amerikaanse economie in de eerste helft van 2025 een krachtige impuls gegeven; zonder deze uitgaven was er nauwelijks groei. Vooral hardware trok de kar, waardoor IT-investeringen in de eerste helft van dit jaar op jaarbasis bijna 23% hoger uitkwamen. In Nederland bleef de stijging beperkt tot ruim 3%, waardoor een AI-hype hier voorlopig niet zichtbaar is in de investeringen. Het risico op een economische terugval bij afnemend enthousiasme over AI is in ons land daarmee ook veel kleiner dan in de VS. Tegelijkertijd is dit ook een teken dat Nederland waarschijnlijk minder snel van AI-gedreven productiviteitsgroei kan profiteren dan de VS.
De invloed van kunstmatige intelligentie (ook wel “AI” naar “artificial intelligence”) op de economie wordt meestal bezien vanuit het oogpunt van het potentiële groeivermogen en verhoging van de structurele arbeidsproductiviteit. Maar AI kan ook worden bezien vanuit de conjunctuur. Zo kunnen hoge verwachtingen over het verdienpotentieel in de toekomst namelijk nu al leiden tot hogere bestedingen, doordat bedrijven en overheden er (meer) in gaan investeren.
Zo suggereerde werk van econoom Jason Furman van Harvard University dat zonder investeringen in software en IT-hardware de economische groei in de Verenigde Staten de afgelopen kwartalen extreem veel lager zou zijn geweest, namelijk nagenoeg nul. Vooral in het eerste kwartaal van dit jaar namen deze investeringen een grote sprong, die vooral wordt toegeschreven aan de opkomst van datacenters. Dit werd breed opgepikt door media als de Financial Times en veelal geïnterpreteerd als een indicatie dat de bestedingen in de VS recent sterk gedreven zijn door enthousiasme over AI. Zo werden zorgen over AI als mogelijke zeepbel voor de economie gevoed, aangezien de bestedingen ineens flink zouden kunnen terugvallen als AI de belofte waarin veel investeerders geloven niet waar blijkt te kunnen maken.
Zulke sterke groei van en door “AI-investeringen” maakt nieuwsgierig hoe dit in Nederland zit.
Het is niet mogelijk om investeringen in AI precies te observeren in de cijfers voor economische groei; daarvoor hebben de statistieken te weinig detailniveau. Bovendien zijn de uitgaven hieraan verspreid over diverse investeringencategorieën die niet alleen AI-gedreven zijn [1]. In navolging van Furman kijken we als indicatie voor Nederland alleen hoe de totale investeringen in computerprogrammatuur en databanken (ook wel “software” genoemd) en computers (ook wel IT-“hardware” genoemd) zich hebben ontwikkeld.
De investeringen in software en IT-hardware zijn samen in Nederland inmiddels goed voor zo’n 3% van het bruto binnenlands product, waar die in de VS recent met zo’n 6% dubbel zo belangrijk waren. In Nederland wordt met 2,3% bbp vooral geïnvesteerd in software, minder in IT-apparatuur (0,7% bbp). In de afgelopen decennia stegen vooral de investeringen in software, maar dat ging in de VS een stuk harder dan in ons land.
De AI-boom lijkt in de VS vooral begin 2025 zichtbaar te worden in cijfers. Net als in de VS versnelde in Nederland de ontwikkeling van de investeringen in IT in de eerste helft van 2025, vooral als gevolg van sterke groei in hardware-investeringen. Hoewel dit voor Nederland een behoorlijk groeicijfer opleverde, was de groei van de IT-investeringen in de VS ongeveer zeven keer zo sterk als in ons land. Bij het aanleggen van de infrastructuur voor het gebruik van de technologie lijkt Nederland dus achter te blijven. Dit geeft aan dat Nederland niet recent de AI-gedreven bestedingengroei doorgaat waarover in de VS gesproken wordt. Wel profiteert Nederland natuurlijk enigszins indirect van een groeiende vraag in het buitenland naar AI-technologie, via de export van onze industrie voor halfgeleidermachines.
Ook als we expliciet kijken naar het de economische groei minus de investeringen aan IT-hardware en software, zien we aan de bestedingenkant van de economie nog weinig directe invloed van een boom in enthousiasme over AI. Afgerond komt het Nederlandse groeicijfers inclusief en exclusief IT-investeringen van het eerste half jaar van 2025 uit op hetzelfde cijfer, namelijk 1,4% op jaarbasis.
Aan de bevindingen over de VS valt wel iets af te doen. In de analyse van Furman over de VS werd geen rekening gehouden met het feit dat veel investeringsgoederen vaak uit het buitenland komen; in feite gaat die ervan uit dat alles uit het eigen land wordt aangevoerd. Gemiddeld is zo’n 18% van de investeringen in de VS (en voor Nederland 41% volgens Trade-in-Value-Added-data van de OESO over de afgelopen decennia) echter afkomstig van buiten de VS. Corrigeren we hiervoor, dan blijven de conclusies nagenoeg gelijk: in Nederland valt de impact van IT-investeringen weg in de afronding van het groeicijfer, in de VS blijft er een noemenswaardig verschil van 1,0%-punt over (i.p.v. 1,2%-punt ongecorrigeerd voor invoer). Pas als wordt verondersteld dat alle IT-investeringen uit het buitenland komen, verdwijnt dit effect voor de VS volledig.
Al met al kunnen we concluderen dat als in Nederland al sprake zou zijn van een AI-hype, dat dit voorlopig nog niet echt zichtbaar in de cijfers over onze economische groei. Aan de ene kant is het positief te noemen dat de economische groei in Nederland niet zo eenzijdig op AI lijkt te leunen, omdat dit de groei op korte termijn minder kwetsbaar maakt voor een mogelijk plotselinge afname van het enthousiasme over AI dan in de VS. Niemand weet hoe lang dat enthousiasme aanhoudt.
Aan de andere kant is dit ook een risico dat onze economie achterblijft bij een belangrijke nieuwe productieve technologie met het potentieel voor significante productiviteitswinst. Het Draghi-rapport over Europese concurrentiekracht gaf vorig jaar aan dat een groot gedeelte van het verschil in economische groei tussen Europa en de VS kan worden verklaard door betere prestaties van de VS ten aanzien van ICT . DNB-onderzoek wees hier ook op voor Nederland.
Kijkende naar de recente cijfers, dan lijkt in ieder geval het verschil met de VS in ICT-investeringen flink op te lopen. De aanwezige beperkingen in ons land die investeringen in den brede in de weg staan, zoals een gebrek aan ruimte en stroom(aansluitingen) die bijvoorbeeld datacenters nodig hebben zullen daarbij niet geholpen hebben. Het mogelijk resulterende gebrek aan voldoende rendabele IT-investeringen is uiteindelijk slecht voor onze economische groei op langere termijn. Zo dreigt Nederland, dat binnen Europa tot de landen behoort met relatief veel banen met potentieel om te profiteren van AI, ook een kans te missen.