De betaalbaarheid van energie voor de Nederlandse consument verbetert in 2026 zo blijkt uit ramingen van ING Research. Zowel de effecten van recente geopolitieke ontwikkelingen als van de verduurzaming zien huishoudens terug in hun toekomstige energietarieven. Bij gelijkblijvend verbruik zou de energierekening komend jaar daardoor zelfs lager uit kunnen vallen. Een dalende energiequote maakt huishoudens financieel minder kwetsbaar. Verder kan de betere betaalbaarheid van energie er ook aan bijdragen dat consumenten hun voorzichtigheid wat verder laten varen en iets extra gaan besteden.
- Bij gelijkblijvend verbruik betalen huishoudens met een gemiddeld energieverbruik naar verwachting zo’n 4% minder voor gas en stroom;
- Lagere variabele leveringstarieven drukken de rekening, ondanks hogere vaste kosten en een stijging van de gasbelasting;
- Voor vergelijkbare huishoudens die van het gas af zijn, kan de daling van de energierekening oplopen tot 9%.
Grote internationale ontwikkelingen laten uiteindelijk de Nederlandse consument niet ongemoeid. Dat werd bijvoorbeeld nog eens heel erg duidelijk tijdens de afgelopen energiecrisis. Toen veel consumenten een historisch grote koopkrachtklap te verwerken kregen. Geopolitieke ontwikkelingen resulteerden toen in forse stijgingen van de energieprijzen. Die prijsstijgingen hebben de financiële situatie van sommige huishoudens (veelal lage inkomens) stevig onder drukgezet. Het aandeel huishoudens met een energiequote boven de 10% steeg toen in anderhalf jaar tijd flink zo blijkt uit berekeningen van de Europese Commissie. Deze grens van 10% wordt gehanteerd bij het bepalen van de zogeheten Hoge Energiequote (HEQ), één van de indicatoren van energiearmoede. Op het moment dat huishoudens meer dan 10% van hun besteedbaar inkomen aan energie besteden worden ze als financieel kwetsbaar voor energiekosten beschouwd.
Op het gebied van energie zien we tegelijkertijd ook een aanhoudende trend naar verduurzaming. Via subsidies, belastingmaatregelen, verplichtingen en informatie stimuleert de overheid verduurzaming bij consumenten, bijvoorbeeld door differentiatie van tarieven (hogere belasting op aardgas, lagere op elektriciteit), maar ook door te investeren in verdere uitbereiding van het elektriciteitsnetwerk om de elektrificatie te faciliteren. De verdere verduurzaming brengt allerlei kosten en baten met zich mee en uiteindelijk komen die ook op het bordje van de consument terecht.
Via hun energierekening merken consumenten zowel de impact van de voortdurende verduurzaming als van veranderingen op de internationale energiemarkt. Uitgaven aan energie vormen een belangrijk aandeel in de bestedingen van consumenten. Ze zijn onderdeel van de vaste lasten, die veel consumenten op korte termijn maar beperkt kunnen aanpassen. De energierekening heeft zo heel direct impact op de financiële situatie van huishoudens. Voor huishoudens met financieel weinig manoeuvreerruimte kunnen grote negatieve veranderingen zelfs de financiële bestaanszekerheid onder druk zetten. Energie-uitgaven hebben immers een zogenaamd regressief karakter. In absolute bedragen geven huishoudens met een hoog inkomen meer uit aan energie, maar als percentage van het besteedbaar inkomen (de energiequote) geven huishoudens met lagere inkomens meer uit aan energie. Hierdoor worden huishoudens met lagere inkomens relatief zwaarder geraakt door stijgende energieprijzen. Doordat lagere inkomens een groter gedeelte van hun besteedbaar inkomen uitgeven aan energie, en omdat die kosten lastig te vermijden zijn, wordt algemeen aangenomen dat energie-inflatie ongelijkheid vergroot.
Hogere of lagere energielasten kunnen op verschillende manieren van invloed zijn op de bestedingen van consumenten. Ze hebben directe impact op de samenstelling, als er meer of minder geld overblijft voor andere goederen en diensten. Daarnaast kunnen energieprijzen ook meer indirect (via het vertrouwen) invloed hebben op de mate waarin consumenten hun geld laten rollen of juist opzij zetten.
Genoeg reden om te kijken hoe de energierekening er komend jaar naar verwachting uitziet en hoe de betaalbaarheid van energie zich ontwikkelt.
De afgelopen tijd zijn de energielasten van consumenten weer genormaliseerd. Zo zagen we vooral gedurende 2024 een duidelijke daling van de rekening ten opzichte van het jaar ervoor. Voor dit jaar zal de gemiddelde energierekening – bij gelijkblijvend verbruik – naar verwachting niet veel afwijken van die van het jaar ervoor. In beide jaren betalen huishoudens met een gemiddeld verbruik zo’n 180 euro voor hun gas en licht.
Om goed in te schatten hoe de energierekening er in 2026 mogelijk uit komt te zien, moeten we ons een beeld vormen hoe alle verschillende delen van de energierekening zich komend jaar zullen ontwikkelen: een standaard energierekening is opgebouwd uit een aantal kostenposten voor gas en elektriciteit. Voor zowel gas als licht kunnen we er vier onderscheiden. Daarnaast krijgen huishoudens nog een belastingkorting op hun rekening: de zogenaamde vermindering energiebelasting.
Bij gelijkblijvend verbruik zal de energierekening in 2026 voor een huishouden met een gemiddeld verbruik 2026 iets gunstiger uitvallen dan in 2025, zo blijkt uit ramingen van ING Research. Naar verwachting valt de totale rekening in 2026 zo’n 4% lager uit. Zoomen we in op de verschillende onderdelen van de rekening dan springen een paar ontwikkelingen in het oog.
·Iets hogere vaste kosten: voor zowel gas als elektriciteit stijgt het bedrag dat consumenten aan vaste kosten gaan betalen naar verwachting licht. De vaste transporttarieven zullen met zo’n 3,4% stijgen, zo heeft de toezichthouder Autoriteit Consument en markt (ACM) onlangs laten weten; belangrijkste reden hiervoor is dat er extra investeringen nodig zijn voor de verzwaring elektriciteitsnet om verdere verduurzaming mogelijk te maken. Daarnaast zal het vaste leveringstarief naar verwachting ook wat toenemen.
·Lagere leveringstarieven in 2026, zowel voor gas als elektriciteit: Voor hun verbruik van zowel gas als elektriciteit gaan consumenten naar verwachting lagere tarieven afrekenen in 2026. De variabele leveringskosten voor huishoudens worden deels gebaseerd op de (verwachte en gerealiseerde) groothandelstarieven. Naar verwachting zullen deze groothandelstarieven op de gasmarkt (TTF) in 2026 lager uitvallen dan dit jaar. Vooral omdat het aanbod van gas op de internationale gasmarkt flink zal toenemen vanwege uitbreiding van de LNG capaciteit. ·Inmiddels zijn de voorgenomen energiebelastingtarieven voor 2026 bekend. Het belastingtarief op gas stijgt volgend jaar. Dat betekent dat een huishouden met gelijkblijvend gebruik meer belasting over zijn gasverbruik gaat betalen. ·Tegelijkertijd daalt het belastingtarief op elektriciteit. Dat zorgt ervoor dat huishoudens bij gelijk verbruik in 2026 minder belasting over hun stroomgebruik betalen. ·De belastingkorting, die alle huishoudens op hun energierekening krijgen, is voor 2026 iets verlaagd (met €6). Dat is ongunstig voor de energierekening. Overigens valt bij gemiddeld energieverbruik in 2026 (900m3gas en 2550kWh per jaar) het belastingvoordeel precies weg tegen het belastingnadeel. Tellen we al deze plussen en minnen bij elkaar op dan zien we dat de energierekening voor huishoudens met een gemiddeld energieverbruik in 2026 naar verwachting lager uitvalt dan dit jaar.
Lang niet alle huishouden zijn gemiddeld en gebruiken precies dezelfde hoeveelheid energie. Zo hangt het werkelijke energiegebruik van een huishouden af van onder meer het woningtype, de omvang van de woning, het aantal bewoners, de energetische staat van het huis en het gedrag van de bewoners. Maken we dezelfde vergelijking van de energierekening bijvoorbeeld voor een huishouden dat volledig van het gas af is, dan blijkt dat hun energierekening volgend jaar harder daalt (zo’n 9%) dan die van een huishouden met gemiddeld verbruik. Zij profiteren wel van de lagere belastingen op elektriciteit, maar hebben tegelijkertijd geen nadeel van de van hogere gasbelasting.
Voor huishoudens die relatief veel gas gebruiken pakt hun energierekening in 2026 niet veel anders uit dan voor gemiddelde gebruikers. Natuurlijk betalen ze meer energiebelasting voor hun hogere gasverbruik, maar die stijging wordt ook in hun geval meer dan gecompenseerd door lagere verbruikstarieven in 2026. Zo ziet een huishouden dat twee keer zoveel gas (1800 m3) verbruikt als gemiddeld (en evenveel stroom) hun rekening dalen met 4,3%.
Voor huishoudens is niet alleen de ontwikkeling van hun uitgaven van belang. Belangrijker is uiteindelijk is hoe hun uitgaven zich ontwikkelen ten opzichte van hun inkomen. Dan gaat het dus om de betaalbaarheid van energie. Aangezien de gemiddelde energierekening bij gelijkblijvend verbruik wat daalt en het mediane besteedbaar inkomen juist toeneemt zal de betaalbaarheid van energie verbeteren in 2026. In 2025 is een doorsnee huishouden met een gemiddeld energieverbruik zo’n 4,4% van zijn besteedbaar inkomen kwijt aan energie. In 2026 verbetert dat naar zo’n 4,1%.
Voor huishoudens in de lagere inkomenscategorieën kan de betaalbaarheid van energie zelfs nog iets sterker verbeteren. Hoewel zij gemiddeld vaker in een kleinere woning wonen en dus minder energie verbruiken, zijn ze doorgaans wel een groter deel van hun inkomen kwijt aan energie. Dat betekent in dit geval dat voor hen bij een minder hoge energierekening (bij vergelijkbare inkomensstijging) een iets groter positief effect heeft op de betaalbaarheid.
Per saldo kunnen de effecten van geopolitieke ontwikkelingen op de energiemarkt en de verdere verduurzamingsmaatregelen komend jaar dus positief uitpakken voor de energierekening van consumenten en verbetert de betaalbaarheid van energie. De betaalbaarheid van energie is één van de drie dimensies van energiearmoede (naast de energetische kwaliteit van het huis en de mogelijkheid om te investeren in de energetische kwaliteit). Een betere betaalbaarheid draagt komend jaar dus een steentje bij aan de verdere verbetering van energiearmoede.
Verder draagt energie volgend jaar naar verwachting negatief bij aan de inflatie, met mogelijk positieve effecten op het vertrouwen. Op die manier zou de energierekening er toe kunnen bijdragen dat consumenten hun voorzichtigheid wat verder laten varen en iets extra te gaan besteden.