Naar aanleiding van een recent onderzoek van Bureau Bosch onder Nederlandse pensioenfondsen is een rapport vervaardigd getiteld “Pensioenfondsen, Vermogensbeheerders, Vermogensbeheer ”. Ondermeer de volgende conclusies zijn opgetekend.
Fondsbesturen zijn thans meer tevreden over hun vermogensbeheerder(s) dan in onze onderzoeken van 2003 en 1998 naar voren kwam. Vermogensbeheerders scoren het best op bestuursondersteuning, imago en compliance en risicomanagement. Ze scoren op performance en trackrecord het minste.
Renterisico afdekking vormt een belangrijk item. Pensioenfondsen staan in dubio welke weg te kiezen: de rente mismatch nu meer openzetten en profiteren van een mogelijke rentestijging? Of afdekken omdat rente een onbeloond risico is?
Fiduciair beheer neemt nog steeds toe. Het lijkt er op dat het aantal fondsen dat echt geen fiduciair beheer wenst nu uitgekristalliseerd is. De “harde kern” die zelf de touwtjes in handen wil houden ten aanzien van het selecteren van sub managers lijkt stabiel. Respondenten geven aan dat fiduciair beheer “een blijvertje” is.
De Nederlandsche Bank ( DNB ) constateert een verlies van “grip” bij fiduciair beheer en wenst dit te bestrijden. De meerderheid van het universum van pensioenfondsbesturen is het daar niet mee eens. Toch nog 1/3 van de pensioenfondsen vindt dat men inderdaad teveel bestuurlijke verantwoordelijkheid weggeeft aan de fiduciair manager. De conclusie is dat fiduciair beheer nog steeds de “grote ontzorger” is, maar het “control issue” blijft belangrijk; de meningen hierover zijn verdeeld.
Pensioenfondsen achten het meest belangrijk dat beheerders vooral goed scoren op risicomanagement, onafhankelijkheid, rapportage, klantgerichtheid en beleggingsconcept.
Opvallend is dat een royale meerderheid van het universum voor de fiduciair beheerder geen coördinerende taak ziet weggelegd inzake externe aanbieders als custodian, pensioenadministrateur, custodian, actuaris, accountant. Met andere woorden pensioenfondsen willen overwegend die coördinatie zelf blijven doen.
DNB wenst risk management los te koppelen van fiduciair beheer. Pensioenfondsen zijn hier verdeeld over. Spraakverwarring doet zich hier voor. Om welk risicobeheer gaat het? Om tracking errors van de sub managers of om het risicobeheer ten opzichte van de verplichtingen? Als dit laatste een harde DNB eis wordt, dan lijkt dit te betekenen dat fiduciair beheer ophoudt met waar het oorspronkelijk voor bedoeld was, namelijk een all in oplossing bieden voor vermogensbeheer gerelateerd aan de verplichtingen.
De helft van het universum is van mening dat fiduciair beheer meer kost maar per saldo hogere performances oplevert, gecorrigeerd voor risico, na kosten.
Het is opvallend dat “Risicomanagement” het belangrijkst gevonden wordt (qua weging) en “ALM” het minst belangrijk qua beleidissues.
Pensioenfondsen zijn van mening dat de toezichthouder zich soms te inhoudelijk bezighoudt met het beleggingsbeleid. Investeren in beleggingscategorieën wordt soms door DNB tegengehouden, terwijl dit volgens het fondsbestuur toch zou passen binnen het rendement/risico profiel van het fonds.
De toezichthouder wenst de sector meer te reguleren, maar (sommige) pensioenfondsen lijken zich daar niet in te kunnen vinden. Velen ervaren dit als knellend. De indruk bestaat dat DNB niet alleen als een toezichthoudend orgaan optreedt, maar vooral als een beleidsbepalend bepalende instelling.